Inhoudsopgave
6 relaties: Arithmetic logic unit, Bus (elektronica), Machinetaal, Microprocessor, Minicomputer, Registergeheugen.
Arithmetic logic unit
Arithmetic Logic Unit schematisch symbool. A en B zijn operanden, R is het resultaat, F is de functieselector en D is de uitvoerstatus (bijvoorbeeld Carry en Zero-bits en foutcondities zoals delen door 0) De arithmetic logic unit (ALU) (Nederlands: rekenkundig-logische eenheid) is het centrale onderdeel van de processor van een computer dat de rekenkundige (arithmetic) en logische (logic) bewerkingen uitvoert.
Bekijken Microprogrammeren en Arithmetic logic unit
Bus (elektronica)
Een aantal schakelingen aan een bus Een bus in de elektronica is een gemeenschappelijk transportmedium voor elektronische signalen.
Bekijken Microprogrammeren en Bus (elektronica)
Machinetaal
ASCII-representatie van de bytes. Het laatste maakt het makkelijk stukken leesbare tekst in het computerprogramma te herkennen. Machinetaal is een taal waarin instructies geschreven zijn die de processor van een computer direct kan uitvoeren.
Bekijken Microprogrammeren en Machinetaal
Microprocessor
Een opengewekte Intel 80486DX2 microprocessor Een microprocessor bevat alle of de meeste functies van een processor op een enkele geïntegreerde schakeling.
Bekijken Microprogrammeren en Microprocessor
Minicomputer
PDP-1 De computers die in de jaren zestig en zeventig werden gebruikt, waren nog mainframes, de eerste soort computers.
Bekijken Microprogrammeren en Minicomputer
Registergeheugen
Registergeheugen is intern geheugen dat gebruikt wordt in processors om waarden op te slaan waar de processor direct toegang toe moet hebben om zijn werk te kunnen voltooien.

