Inhoudsopgave
9 relaties: Dieren (biologie), Evolutie (biologie), Fossiel, Geochemie, Geologisch tijdperk, Klimaat, Laag (stratigrafie), Meteorologie, Vegetatie.
Dieren (biologie)
De dieren (Animalia) vormen een rijk van meercellige levende wezens die tot de eukaryoten behoren.
Bekijken Paleomilieu en Dieren (biologie)
Evolutie (biologie)
Evolutie is het proces van verandering in alle vormen van leven van generatie op generatie in populaties door overerving van kenmerken en eigenschappen met hun variatie en natuurlijke selectie.
Bekijken Paleomilieu en Evolutie (biologie)
Fossiel
Een boorkern met een kokkelsoort uit het Plioceen Fossielen zijn alle resten en sporen van planten en dieren die geconserveerd zijn in gesteente.
Bekijken Paleomilieu en Fossiel
Geochemie
Geochemie is de natuurwetenschap die principes uit de scheikunde gebruikt om de mechanismen achter grote geologische systemen zoals de aardkorst en oceanen te verklaren.
Bekijken Paleomilieu en Geochemie
Geologisch tijdperk
De geschiedenis van de Aarde wordt ingedeeld in een groot aantal geologische tijdperken.
Bekijken Paleomilieu en Geologisch tijdperk
Klimaat
Het klimaat is de gemiddelde weerstoestand (temperatuur, windkracht, bedekkingsgraad en neerslag) over een periode van minimaal 30 jaar.
Bekijken Paleomilieu en Klimaat
Laag (stratigrafie)
Lagen Een laag is in de lithostratigrafie een onderverdeling van een formatie en wordt door afzetting gevormd (geogenese).
Bekijken Paleomilieu en Laag (stratigrafie)
Meteorologie
Meteorologie of weerkunde is de studie van het weer; de dagelijkse condities van de atmosfeer.
Bekijken Paleomilieu en Meteorologie
Vegetatie
Vegetatie (Latijn: vegetatio) is "de ruimtelijke massa van plantenindividuen, in samenhang met de plaats waar zij groeien en in de rangschikking die zij uit zichzelf (spontaan) hebben aangenomen" (Victor Westhoff).
Bekijken Paleomilieu en Vegetatie

