Inhoudsopgave
4 relaties: Oudpruisisch, Pruisen, Pruisen (doorverwijspagina), Pruisen (volk).
Oudpruisisch
De tweede Oudpruisische catechismus, Koningsbergen, 1545 Het Oudpruisisch is een uitgestorven West-Baltische taal, die tot 1700 werd gesproken door de oude Pruisen in het gebied tussen de Wisła (Vistula, Weichsel, Wijssel) en de Memel.
Bekijken Pruisisch en Oudpruisisch
Pruisen
Vlag van Pruisen Pruisen (ook wel Pruissen; Duits: Preußen; Oudpruisisch: Prūsa; Pools: Prusy; Litouws: Prūsija; Latijn: Prussia, Borussia of Prutenia) is een historische staat die in het noorden van Centraal-Europa was gelegen.
Bekijken Pruisisch en Pruisen
Pruisen (doorverwijspagina)
*Pruisen, hertogdom, later koninkrijk – artikel gaat over hele geschiedenis van Pruisen.
Bekijken Pruisisch en Pruisen (doorverwijspagina)
Pruisen (volk)
De vestigingsgebieden van de Baltische stammen rond 1200; (Oude) Pruisen in lichtgroen. De (Oude) Pruisen - ter onderscheiding van de latere Pruisen worden ze als Pruzzen aangeduid - waren een Baltisch volk dat het gebied ten zuidoosten van de Oostzee bewoonde, tussen de monding van de Wisła en het Koerse Haf.
Bekijken Pruisisch en Pruisen (volk)
Ook bekend als Pruissisch.

