Inhoudsopgave
6 relaties: Bouw (bedrijfstak), Detailhandel, Industrie, Kinderopvang, Landbouw, Werkgever.
Bouw (bedrijfstak)
Een bouwvakker aan het werk. Een bouwproject met op de voorgrond een telescoopkraan. De bouw op een centsprent (ca. 1820): houthakken, bomen verzagen, timmerwerk, stenen bakken, kalk branden, cement maken, steenhouwen, leien dekken, spijkers en sloten smeden, glazen maken, verven, heien, vieren dat het dak er op zit, en het huis is af.
Bekijken Sectorfonds en Bouw (bedrijfstak)
Detailhandel
Schematische weergave van een distributieketen Detailhandel of kleinhandel is het leveren van fysieke goederen voor persoonlijk gebruik aan de consument.
Bekijken Sectorfonds en Detailhandel
Industrie
De industrie (Lat Industria: bedrijvigheid, ijver) is het deel van de economie, dat wordt gekenmerkt door de productie en verwerking van materiële goederen of artikelen in fabrieken en ondernemingen, veelal gekenmerkt door een hoge graad van mechanisering en automatisering – in tegenstelling tot de ambachtelijke vorm van de productie.
Bekijken Sectorfonds en Industrie
Kinderopvang
Kinderopvang vangt kinderen op in een warme gemeenschap met leeftijdsgenoten en ondersteunt kinderen bij het spelenderwijs aangaan van uitdagingen, bij het onderzoeken en ontdekken van de omgeving, bij het zoeken naar hun plek in de groep en door kinderen te laten ervaren wat het betekent een bijdrage te leveren aan het collectief.
Bekijken Sectorfonds en Kinderopvang
Landbouw
De oogst van tarwe in Duitsland. Een maaidorser verzamelt en laadt de gedorste tarwe in een aanhanger Landbouw of agricultuur is het geheel van menselijke activiteiten waarbij de bodem wordt gebruikt voor de productie van planten en dieren, ten behoeve van de economie.
Bekijken Sectorfonds en Landbouw
Werkgever
De werkgever geeft werk aan de werknemer.
Bekijken Sectorfonds en Werkgever
Ook bekend als Sectorfondsen.

