Inhoudsopgave
8 relaties: Anglicisme, Barbarisme, Dialect, Donortaal, Gallicisme, Germanisme, Standaardnederlands, Standaardtaal.
Anglicisme
Als anglicisme gelden woorden, zinsconstructies en uitdrukkingen die gevormd zijn naar het Engels en niet stroken met het Nederlandse idioom.
Bekijken Dialectisme en Anglicisme
Barbarisme
Een barbarisme is een woord dat, of een zinswending of conventie die.
Bekijken Dialectisme en Barbarisme
Dialect
Dialect is in de taalkunde de benaming voor een talige variëteit die niet als standaardtaal geldt.
Bekijken Dialectisme en Dialect
Donortaal
Het begrip donortaal verwijst naar een taal waaruit elementen in een andere taal worden gebruikt, zonder dat de spreker of schrijver geheel in de donortaal overgaat.
Bekijken Dialectisme en Donortaal
Gallicisme
Een gallicisme is een woord dat of een zinswending of conventie die is overgenomen uit of gevormd naar het voorbeeld van het Frans.
Bekijken Dialectisme en Gallicisme
Germanisme
Als germanisme gelden woorden, woordformaties, zinsconstructies en uitdrukkingen die gevormd zijn naar het Duits en niet stroken met het Nederlandse taaleigen.
Bekijken Dialectisme en Germanisme
Standaardnederlands
Standaardnederlands is de gestandaardiseerde variant van het Nederlands die wordt onderwezen op scholen en wordt gebruikt door de autoriteiten en media in Nederland, België, Suriname, Curaçao, Sint Maarten en Aruba.
Bekijken Dialectisme en Standaardnederlands
Standaardtaal
Een standaardtaal is een taalvariëteit waarvoor een zogenaamde 'papieren norm' geldt; wat nog binnen de grenzen van een dergelijke variëteit geldt, is niet alleen afhankelijk van het taalgevoel van de sprekers, maar staat ook in woordenboeken, grammaticaboeken, stijlgidsen en dergelijke beschreven.
Bekijken Dialectisme en Standaardtaal

